Bediening van een automaat

Versnellingsbak problemen

De standaardstanden van een “automaat”:

P: Park (parkeerstand)

R: Reverse (achteruit rijden)

N: Neutral (vrijstand)

D: Drive (vooruit rijden)

Veel oudere automaten bieden de mogelijkheid een maximumversnelling (veelal 1, 2 of 3) in te stellen, bedoeld om in de bergen op de motor te kunnen remmen.
Moderne auto’s hebben een uitgebreidere bediening van een automaat, ze zijn vaak in een aparte stand volledig manueel (maar zonder koppeling, dus eigenlijk als een halfautomatische versnellingsbak) te bedienen. Men kan dan kiezen tussen automatisch of handmatig schakelen. Kiest men voor handmatig, dan zal de gangwissel toch automatisch terugschakelen als de snelheid te laag wordt of wanneer de motor te veel toeren maakt.

Optionele standen van een “automaat”:

L of 1: stand waarin de auto in de 1e trap staat.

2: stand waarin de auto niet hoger gaat dan de 2e trap.

3: stand waarin de auto niet hoger gaat dan de 3e trap.

W-knop (Winter): schakelprogramma waarbij de automaat bij lagere toerentallen dan normaal opschakelt om slippen bij winterweer te voorkomen.

S-knop (Sport): schakelprogramma waarbij de automaat bij hogere toerentallen dan normaal opschakelt om zodoende sneller te accelereren.

E-knop (Economic): schakelprogramma waarbij de automaat de schakelmomenten aanpast aan een optimaal brandstofverbruik.

WP-Backgrounds Lite by InoPlugs Web Design and Juwelier Schönmann 1010 Wien